Woordenlijst: A - B - C - D - E - F - G - H - I  - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

Typ een woord of deel van een woord (A t/m F) en klik op zoeken.

A

Aandeel

Bewijs van deelneming in het kapitaal van een naamloze of besloten vennootschap. De aandelen van op de effectenbeurs genoteerde ondernemingen worden verhandeld.

Aandeelhouder

Bezitter van een bewijs van deelneming in het kapitaal van een onderneming. Aandeelhoudersvergadering Statutair geregelde bijeenkomst van de aandeelhouders van een vennootschap.

Aandelenemissie

1. Uitgifte van nieuwe aandelen. Een emissie wordt meestal begeleid door een bank, die bemiddelt bij het plaatsen van de nieuwe aandelen bij het publiek.

2. Gebeurtenis waarbij een bedrijf zelf aandelen uitgeeft, dus eigen vermogen aantrekt. Ander woord voor aandelenuitgifte.

Aandelenanalyse

Onderzoeksmethode die analisten en beleggers gebruiken om de kwaliteit van een aandeel vast te stellen en te beoordelen of de prijs die voor dat aandeel wordt gevraagd wel in verhouding staat tot de kwaliteit.

Aandelenfonds

Beleggingsfonds dat uitsluitend belegt in aandelen.

Aandelenkapitaal

Het totale nominale bedrag van de aandelen van een onderneming, te berekenen door het aantal aandelen te vermenigvuldigen met de nominale waarde per aandeel.

Aan jou

Wanneer iemand een biedprijs geeft waarop men wil verkopen, wordt in de effectenhandel veelal 'aan jou' gezegd om aan te geven dat men hierop wil verkopen.

Aanlappen

Synoniem voor verkopen. Aanmerkelijk belang 5% of meer van alle aandelen van een onderneming.

Aanmerkelijk belang

Term uit de belastingwetgeving: aandelenbezit dat een bepaald percentage van het btotale aandelenkapitaal van een bedrijf vertegenwoordigt (in de meeste gevallen 5%).

Aan toonder

Aanduiding voor waardepapieren die niet op naam staan. De houder wordt geacht de eigenaar te zijn.

Achtergestelde lening

Lening die aan de aandeelhouders pas wordt afgelost indien alle overige schuldeisers zijn terugbetaald.

Actieve fondsen

Fondsen waarin tijdens beursdagen veel handel wordt gedreven. Activa Alle bezittingen van een vennootschap op een bepaald moment. Men onderscheidt vaste activa (bezittingen met een levensduur langer dan een jaar zoals machines en gebouwen) en vlottende activa (bezittingen met een levensduur korter dan een jaar, zoals grondstoffen en debiteuren).

Acquisitie

Ander woord voor overname van een bedrijf door een ander bedrijf.

Actiën

Ouderwets woord voor aandelen.

Adjustment of terms

Wijzigingen van een uitoefenprijs en/of de handelseenheid, bijvoorbeeld als gevolg van een split-up of uitkering van stockdividend.

Administratiekantoor

Is een kantoor dat aandelen verwerft en daartegenover niet-stemgerechtigde certificaten afgeeft. Wordt soms ingezet als wapen om stemrecht in de aandeelhoudersvergadering bij een bepaalde partij te concentreren.

ADR

Afkorting van American Depositary Receipt. Certificaat dat één of meer Nederlandse of andere niet-Amerikaanse aandelen vertegenwoordigd en in de Verenigde Staten als zodanig verhandeld worden. ADR's vormen het spiegelbeeld van CDR's.

Advieskoers

Door de hoekman geschatte koers, die voorafgaand aan het totstandkomen van de koers wordt opgegeven. Een advieskoers kan zowel voorbeurs als tijdens beurs op het koersenbord verschijnen; bijvoorbeeld tijdens een handelsonderbreking.

AEX-index

De belangrijkste graadmeter van de Nederlandse aandelenmarkt. De Amsterdam Exchanges-index (AEX-index) is het gewogen gemiddelde van de vijfentwintig meest verhandelde fondsen op de AEX-Effectenbeurs. De index wordt doorlopend berekend.

AEX-Optiebeurs

Dochteronderneming van Amsterdam Exchanges die verantwoordelijk is voor de optiehandel. Voorheen was dit de EOE-Optiebeurs, die in 1978 werd opgericht.

Affaire

Ander woord voor een effectentransactie: kan zowel koop als verkoop inhouden.

Afgeleide producten

Beleggingsproducten, zoals opties en futures, waarvan de prijsvorming afhankelijk is van andere ('onderliggende') waarden, zoals aandelen en obligaties.

Afgifte

Uitgifte van nieuwe aandelen, obligaties en andere waardepapieren.

Afloopdatum

Vaste datum waarop het optiecontract afloopt.

Aflossing

Uitgelote of om andere redenen betaalbaar gestelde obligatie.

Afschrijving

Boekhoudkundige verwerking van waardevermindering.

Afstempelen

Verlaging van de nominale waarde van een aandeel. Vindt veelal plaats om de waarde van het aandeel meer in overeenstemming te brengen met het werkelijke vermogen.

Aftermarkt

Koersvorming van, en handel in een aandeel in de periode na beursintroductie.

Agio

Gunstig koersverschil t.o.v. de nominale waarde of uitgiftekoers van een effect.

Agiobonus

Bonusaandelen uit de agioreserve. Voor de particuliere belegger is dit belastingvrij.

Agioreserve

Reserve, ontstaan door uitgifte van aandelen of obligaties boven de koers van 100%.

Agiostock

Vorm van stockdividend dat gratis wordt uitgekeerd aan aandeelhouders ten laste van de agioreserve. Deze uitkering is, in tegenstelling tot een gewoon stockdividend dat ten laste van de winst wordt uitgekeerd, fiscaal onbelast.

AIDA

Afkorting van Automatic Interprofessional Dealingsystem Amsterdam; een geautomatiseerde interdealer broker voor transacties - op of boven de wholesalegrens - van leden van de AEX-Effectenbeurs en Clearing Members van de AEX-Optiebeurs.

AIM

Afkorting van Amsterdam Interprofessioneel Marktsysteem. Systeem van de AEX-Effectenbeurs, waardoor institutionele beleggers zelf effectentransacties van een bepaalde minimumomvang met banken of commissionairs in effecten kunnen afsluiten zonder dat provisie in rekening wordt gebracht. De banken en commissionairs vinden hun vergoeding in de door hen bepaalde marge tussen de bied- en laatkoers van de desbetreffende effecten.

AIW

Afkorting van As, If and When. Dat betekent zoals, indien en wanneer. Dit heeft betrekking op effecten waarvan een notering is aangekondigd, maar die nog niet officieel genoteerd zijn. De AIW-handel wordt ook wel het grijze circuit of spookhandel genoemd.

Alle beurzen-order

De order loopt te Amsterdam ook na sluiting van de officiële (optie)beurstijd en wel tot sluiting van de beurs te New York. De order kan alleen worden opgegeven voor Nederlandse fondsen die ook aan tenminste één buitenlandse beurs zijn genoteerd. De conditiecode voor een alle beurzen-order is AEX. Deze ordersoort is niet mogelijk bij transacties op de AEX-Effectenbeurs.

Alles of niets-order

Gelimiteerde order met de voorwaarde dat deze in zijn geheel moet worden uitgevoerd. Als dat niet mogelijk is, dan wordt de order als niet gegeven beschouwd. Deze ordersoort is niet mogelijk voor transacties op de AEX-Effectenbeurs.

Allowance

Een overeenkomst tussen een bank en een cliënt, waarbij de bank de effectencliënt in staat stelt om opties te schrijven zonder de onderliggende waarde te bezitten.

All-time-high

Hoogste notering op een bepaalde beurs tot nu toe.

All-time-low

Laagste notering op een bepaalde beurs tot nu toe.

Alpha

Risicomaatstaf voor een aandeel. De alpha geeft de beweeglijkheid van de koers van het aandeel weer; het gaat hierbij om de beweeglijkheid die wordt veroorzaakt door andere foctoren dan marktomstandigheden.

Amerikaanse stijl

Amerikaanse stijlopties zijn opties die op elk moment gedurende de looptijd kunnen worden uitgeoefend. Dit in tegenstelling tot Europese stijlopties. De naamgeving is historisch en heeft niets te maken met de plaats van verhandeling. De op de AEX-Optiebeurs verhandelbare aandelenopties zijn Amerikaanse stijl.

Amerikaantjes

Originele Amerikaanse aandelen die in Amsterdam worden verhandeld.

AMEX

Afkorting van American Stock Exchange, één van de Amerikaanse effectenbeurzen, niet te verwarren met de NYSE.

Amortisatie

Het geleidelijk aflossen van een opgenomen obligatielening of andersoortige lening.

Amsterdam Exchanges

Officiële naam van de effecten- en optiebeurs van Amsterdam.

Amsterdam Security Account System (ASAS)

Girale handel in buitenlandse effecten op AEX-Effectenbeurs. Anti-verwateringsclausule Aanpassing van de conversiekoers van een converteerbare obligatie in neerwaartse richting. Dit in overeenstemming met de verlaging van de beurskoers van het aandeel bij uitbreiding van het aandelenkapitaal. Deze uitbreiding kan tot stand komen door een aandelenemissie, het uitgeven vanbonusaandelen of de uitkering van stockdividend.

Amortisatiebewijs

Ook genoemd: winstbewijs. Een bewijs dat wordt uitgegeven na een reorganisatie, waarbij het aandelenkapitaal geheel of gedeeltelijk is afgestempeld. Het bewijs geeft recht op een gedeelte van de (over)winst en soms ook op een eventueel liquidatiesaldo.

AMX-index

Zie Midkap-index.

Angel

Jargon voor een obligatie met een hoge waardering, maar ook voor een belegger die het risico neemt om beginnende bedrijven te financieren.

A pari

Tegen de nominale waarde

Arbitrage

Tegelijkertijd aankopen en verkopen van effecten of valuta's op verschillende markten om zo gebruik te maken van de prijsverschillen op deze markten.

ASAS-fondsen

Aandelen van buitenlandse bedrijven die worden verhandeld via het Amsterdam Security Account System. Zij worden genoteerd in de valuta van het land van uitgifte.

Ask

De koers waartegen iemand aandelen of opties wil kopen.

ASSET

Afkorting van Amsterdam Stock Exchange Tradingsystem; een (niet-interactief) advertentiescherm waarop banken en commissionairs hun quotes voor een aantal geselecteerde fondsen kunnen 'adverteren'.

Asset mix

Samenstelling van de portefeuille, bijv. aandelen, obligaties en onroerend goed. Asset stripper Iemand die door aankoop van aandelen voor een ongewenste overname van een bedrijf zorgt. Assignment Verplichting om de onderliggende waarde te leveren (call) dan wel af te nemen (put) tegen de uitoefenprijs.

ATM

Afkorting van Amsterdam Treasury Bond Market. Een wholesalemarkt voor Nederlandse staatsobligaties, onderhouden door een interdealer broker.

At-the-money

Een optieserie wordt 'at-the-money' genoemd wanneer de uitoefenprijs ongeveer gelijk is aan de koers van de onderliggende waarde.

Autonome winst

Netto-inkomsten uit de eigen onderneming. Winst uit verkoop van belangen en andere activiteiten blijven buiten beschouwing.

AVA

Algemene vergadering van aandeelhouders.

Avondhandel

Niet-officiële handel in effecten na 17.00 uur, die duurt totdat de beurs in New York sluit.

Aziatische optie

Optie waarbij de afwikkeling plaatsvindt op basis van het verschil tussen de uitoefenprijs en het gemiddelde van de prijzen van de onderliggende waarde, zoals die gedurende de looptijd van die optie totstandkwamen.

terug naar boven

B

Baisse

1. Effecten verkopen zonder ze te bezitten in de hoop deze later tegen een lagere koers te kunnen terugkopen. Dergelijke transacties kunnen alleen door de beroepshandel worden aangegaan.

2. Negatieve beursstemming of koersdaling. Baissepositie De positie die ontstaat door verkoop van stukken die de verkoper niet in bezit heeft ('short gaan').

Baissier

Een persoon die effecten verkoopt zonder dat hij deze bezit, met de verwachting deze later tegen een lagere koers te kunnen kopen.

Bankbrief

Door een bank uitgegeven obligatie. De koers van een bankbrief is afhankelijk van de geldende rentestand.

Bar chart

Een koersgrafiek waarbij op de horizontale as de tijd en op de verticale as de koers wordt weergegeven. Elke dag geeft de verticale lijn de verbinding tussen de hoogste en laagste koers, terwijl de slotkoers wordt aangegeven door middel van een horizontaal streepje.

Basket

zie Mandje

BBP

Bruto binnenlands product, ofwel de totale productie van goederen en diensten binnen een land.

Bearmarket

Pessimistische stemming over de ontwikkeling van de markt.

Bear rally

Langere periode waarin de koers van een aandeel blijft dalen.

Bear-spread

Optiestrategie waarmee wordt geprofiteerd van een koersdaling. Een belegger legt een bear spread aan, wanneer hij een zodanige combinatie van calls en/of puts koopt dat hij bij koersdaling een gunstig resultaat behaalt.

Beeldschermenhandel

Elektronische (beurs)vloer.

Beheerder

Iemand die het bezit van een ander beheert. De beheerder van een beleggingsfonds heeft de verantwoording over de spreiding van de beleggingen in het beleggingsfonds.

Beheerkosten

Kosten die periodiek door het beleggingsfonds aan de beheerder worden betaald ten laste van het fondsvermogen. Hierdoor komen deze kosten indirect ten laste van de belegger.

Beige Book

De Fed publiceert in het beige book informatie over het verloop van de economie in de verschillende staten.

Bel-20

Belgische beursgraadmeter

Beleggershypotheek

1. Aflossingsvrije hypotheeklening van een bank, waarbij voor de aflossing wordt gespaard via een belegging in onroerendgoedfondsen of aandelen.

2. Hypotheekvorm waarbij voor de aflossing wordt gespaard via inleg in een beleggingsverzekering.

Beleggingshorizon

Periode dat het geld bestemd voor een belegging kan worden gemist.

Beleggingsfonds

Instelling die geld van derden belegt in aandelen of andere vermogenswaarden. De deelnemer kan hierbij al voor een gering bedrag profiteren van risicospreiding en deskundig beheer. Zowel bij aankoop als verkoop van aandelen of participaties van een beleggingsfonds is de belegger kosten verschuldigd.

Beleggingsmaatschappij

Beleggingsfonds dat wordt beheerd door professionele beheerders.

BELFOX

Afkorting van The Belgian Futures and Option Exchange, de Belgische termijn- en optiebeurs.

Benchmark

Vooraf vastgestelde, objectieve maatstaf voor de prestatie van een beleggingsportefeuille of beleggingsfonds.

Berenkuil

Jargon voor het moment waarop aandelenkoersen hun laagste punt, de bodem, hebben bereikt.

Bermuda optie

Een optie die lijkt op zowel de optie Europese stijl, als de optie Amerikaanse stijl. De houder van de optie mag alleen op bepaalde, in het optiecontract vastliggende momenten, zijn optie uitoefenen.

Beschermingsconstructie

Juridische constructie om ongewenste invloeden buiten de onderneming te houden. Zo kan via bepalingen in de statuten de zeggenschap van aandeelhouders worden beperkt.

Besmet kapitaal

Kapitaal waarop een fiscale claim rust.

Bestensorder

Opdracht tot aan- of verkoop van effecten zonder opgave van een limiet. De order wordt uitgevoerd tegen de eerstvolgende prijs waarop wordt gehandeld.

Beste prijsregel

Beste bied- en laatprijs in ATM, het Limietenboek en Openbare Orderboek, ASSET en AIDA.

Betaalbaarstelling

Aanwijzen van een dividendbewijs of coupon waarop bijvoorbeeld het dividend wordt uitgekeerd of de obligatie wordt uitgeloot.

Bèta

De bèta van een fonds is een maatstaf voor de mate waarin dat fonds ten opzichte van de markt als geheel beweegt. Een bèta van bijvoorbeeld 0,75 geeft aan dat een stijging van de markt met 1% in een bepaalde periode gepaard ging met een stijging van het fonds met 0,75%. Bèta's kunnen ook voor een aantal fondsen - ten opzichte van de markt - worden berekend.

Beursgoeroe

Invloedrijke beleggingsdeskundige.

Beurshausse

Lange periode van ononderbroken koersstijging.

Beursindex

Koersgemiddelde van een aantal belangrijke aandelen.

Beursintroductie

Naar de beurs brengen van een voordien niet-genoteerd fonds met de bedoeling toelating tot de Officiële- of Parallelmarkt  te verkrijgen.

Beurskapitalisatie

Waarde die een bedrijf of onderneming vertegenwoordigt voor alle aandeelhouders. Deze waarde is te berekenen door het aantal uitstaande aandelen te vermenigvuldigen met de beurskoers van het aandeel. Dit wordt ook wel beurswaarde genoemd.

Beurskoers

Marktprijs als gevolg van de vraag en aanbod van een bepaald fonds. Op de AEX-Effectenbeurs wordt als hoofdregel de koers van aandelen genoteerd in euro's met fracties van € 0,01.

Beurskrach

Beurscrisis. Ineenstorting van de koersen.

Beursnis

De beurszaal, alwaar op de AEX-Optiebeurs de handel in opties plaatsvindt, is voorzien van zogenaamde nissen. Dit zijn ruimtes, gehuurd door banken, commissionairs en floorbrokers die voorzien zijn van telefoonverbindingen. Hierdoor is een doorlopend contact met het thuisfront voor het doorgeven van orders en dergelijke mogelijk.

Bewaarloon

Kosten die door de bank voor het bewaren van de effecten in rekening worden gebracht.

Bieden

Vermelding die aangeeft dat tegen de getoonde koers geen transacties kunnen worden gedaan. Het aantal verkopers is te klein of nihil.

Biedprijs

De prijs die voor een fonds geboden wordt.

Bieren

Populaire benaming voor aandelen Heineken.

Big Board

Andere benaming voor de New York Stock Exchange.

Black & Scholes-formule

Een wiskundige formule om de theoretische waarde van een optie te berekenen.

Black Monday

zie Zwarte Maandag.

Bloedvast

Beursterm om aan te geven dat de koersen over de gehele linie fors stijgen.

Bloot eigendom

Bezit van een obligatiemantel zonder de daarbij horende rentecoupons. Men heeft dus wel recht op de hoofdsom, maar niet op het vruchtgebruik.

Blow off

Korte en felle stijging vóór een crash.

Blow out

Succesvolle beursintroductie of uitgifte waarbij de stukken in een hoog tempo worden verkocht.

Blue chip

Kwalitatief hoogstaande aandelen. Oorspronkelijk was een blue chip het duurste fiche in een casino.

Boekjaar

Periode waarover verslag wordt uitgebracht in het (fiscaal) jaarverslag en de verlies- en winstrekening.

Boekwaarde

De aanschaffingswaarde van een bezitting verminderd met de afschrijvingen.

Boekwinst

Winst die ontstaat door verkoop van bedrijfsmiddelen tegen een hoger bedrag dan de boekwaarde.

Boiler room

Ruimte waar effectenhandelaren proberen te verkopen via agressieve telefonische colportage. Alhoewel verboden, was het tot enkele jaren geleden een bekend verschijnsel in de goederentermijnhandel.

Bond

Engelse term voor obligatie.

Bonusaandeel

Aandeel die 'gratis' door de vennootschap wordt verstrekt aan de aandeelhouders.

Bookbuilding

Wijze waarop een grote aandelen- of obligatie-emissie wordt geplaatst door een bankensyndicaat. Voorafgaande aan de plaatsing wordt onderzocht tegen welke prijs en naar welke hoeveelheid er voldoende vraag is, zodat afzet van de emissie verzekerd is. Overgewaaid uit de VS en in Nederland steeds meer toegepast bij aandelenemissies.

Boomen

Spectaculair groeien.

Boten

Populaire benaming voor aandelen Nedlloyd.

Bottom-up

Wijze van beleggen waarbij de belegger eerst interessante aandelen selecteert en vervolgens pas kijkt naar de spreiding over sectoren en landen.

Brady bonds

Staatsobligaties van Latijns-Amerikaanse landen, uitgegeven in het kader van de door de VS ondersteunde schuldsanering. Vernoemd naar Nicholas Brady, in de jaren tachtig onderminister van Financiën van de VS.

Broker

Effectenmakelaar, commissionair. Broker-ATM Een broker-ATM handelt met behulp van het ATM-systeem voor derden of voor eigen rekening en risico in obligaties.

Broodje

Populaire benaming voor een vaste hoeveelheid goud.

Brutomarge

Bedrijfsresultaat als percentage van de omzet.

Brutowinst

Winst voor aftrek van belastingen en afschrijvingen.

Buba

Duitse Bundesbank.

Buck

Populaire naam voor de Amerikaanse dollar.

Buitengewone baten en lasten

Incidentele opbrengsten of kosten, die niet tot de gewone bedrijfsuitoefening kunnen worden meegerekend, zoals winst of verlies bij afstoting van een bedrijfsonderdeel of reservering voor verwachte kosten van reorganisatie.

Bull

Optimistische stemming over de ontwikkeling van de markt.

Bulletlening

Lening waarbij de aflossing ineens moet worden betaald.

Bull rally

Langere periode waarin de koers van een aandeel blijft stijgen.

Bull-spread

Een optiespread die anticipeert op een stijgende markt. Bij een call-spread houdt dit in het kopen tegen de lagere uitoefenprijs en het verkopen tegen de hogere uitoefenprijs. Bij een put-optie-spread houdt dit in het kopen tegen de lagere en verkopen tegen de hogere uitoefenprijs.

Butterfly

Een optiestrategie, waarbij call- of put-opties worden gekocht met een langere resterende looptijd dan de geschreven call- of put-opties met dezelfde uitoefenprijs.

Buy back

Inkoop van eigen aandelen.

Buyer's market

Markt waarop het aanbod groter is dan de vraag waardoor de kopers tot op zekere hoogte de prijzen kunnen bepalen.

terug naar boven

C

CAC-40

Index van de Parijse effectenbeurs - Cotation Assisté Continue - gebaseerd op de veertig belangrijkste Franse aandelen.

Call-spread

Elke combinatieorder die is samengesteld uit call-opties met verschillende uitoefenprijzen en/of afloopmaanden.

Call-optie

Een optie die de koper het recht geeft de onderliggende waarde gedurende een bepaalde periode te kopen tegen de uitoefenprijs van die optie.

Calendar-spread

Een combinatie-order waarbij een langlopende optie wordt gekocht en een kortlopende wordt geschreven. Het fonds, het type optie (call of put) en de uitoefenprijs zijn gelijk; alleen de afloopdatum is verschillend. Men spreekt ook wel van een time-spread of een horizontale spread.

Cashdividend

Winstuitkering aan aandeelhouders in contant geld.

Cashflow

Nettowinst plus afschrijving van een onderneming. Deze kasstroom is beschikbaar voor investeringen, dividend en winstinhouding.

CBOE

Chicago Board Options Exchange; optiebeurs in Chicago.

CBOT

Chicago Board of Trade. Een in Chicago gevestigde derivatenbeurs.

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek, een overheidsorgaan dat van alles uitrekent en in statistieken vastlegt.

CDR

Afkorting van Continental Depositary Recepit. Certificaat aan toonder dat een bepaald aantal buitenlandse aandelen van een bepaalde soort vertegenwoordigt. CDR's worden uitgegeven door de Amsterdam Depository Company NV tegen originele buitenlandse aandelen die zij in haar bezit heeft.

Certificaat (CvA)

Effect die een aandeel in een bepaalde onderneming vertegenwoordigt welke in beheer is bij een administratiekantoor. In tegenstelling tot normale aandelen heeft men op certificaten geen stemrecht.

CF-stukken

Effecten die qua vorm verschillen van de normaal in omloop zijnde stukken en die niet aan cliënten kunnen worden overhandigd. Het Centrum voor fondsenadministratie en de banken die de effecten beheren, keren het dividend aan de houder uit.

Chart

Engelstalige term voor koersgrafiek.

Chartist

Beleggingsdeskundige die met behulp van grafieken (charts) voorspellingen doet over het verloop van koersen.

Churning

Uitvoering van overdreven veel transacties door een effectenmakelaar op rekening van één cliënt. De cliënt houdt er doorgaans weinig aan over, maar het levert de effectenmakelaar commissie op. In de financiële wereld wordt dit beschouwd als één van de hoofdzonden.

Claim

Voorkeursrecht van koop voor bestaande aandeelhouders bij de uitgifte van nieuwe aandelen door een onderneming. De claim zelf vertegenwoordigt ook een waarde die op de beurs kan worden verhandeld.

Claimemissie

Bij een claimemissie worden de uitoefenprijs en de hoeveelheid onderliggende waarde van reeds bestaande optieposities naar evenredigheid aangepast.

Clearing(instituut)

Systeem van collectieve afwikkeling van beurstransacties door middel van compensatie en/of levering. Door tussenkomst van een tussenpartij (in Nederland de Amsterdamse Effectenclearing) worden te leveren en ontvangen effecten met elkaar verrekend.

Clearing member

Een clearing member draagt zorg voor de afwikkeling (clearing) van transacties. Deze afwikkeling vindt plaats via de effectenclearing van AEX-Clearing & Depository, een werkmaatschappij van Amsterdam Exchanges. Er zijn twee soorten clearing members, Direct clearing members en General clearing members. Een direct clearing member draagt uitsluitend zorg voor de afwikkeling van eigen transacties, terwijl een general clearing member zorgt draagt voor de afwikkeling van eigen transacties en transacties verricht door derden. Een general clearing member kan andere toegelaten instellingen als klant hebben.

Clickfonds

Een beleggingsfonds dat door middel van put-optieconstructies koerswinsten veiligstelt, ook als de beurskoersen later dalen.

Closed-end-fund

Type beleggingsfonds waarvan het aantal aandelen vaststaat. Bij groot aanbod op de beurs koopt het fonds geen eigen aandelen. Koersen kunnen daardoor heftig fluctueren.

Closing buy

zie Open sell.

Closing sell

zie Open buy.

CME

Chicago Mercantile Exchange. Een in Chicago gevestigde derivatenbeurs.

Collar

Optieconstructie die beleggers beschermt tegen koersdaling.

Collateral

In onderpand gegeven zekerheden ter dekking van marginverplichtingen.

Commercial paper

1. Een professioneel financierings- en beleggingsinstrument. Het heeft het karakter van een verhandelbaar effect en kent een maximale looptijd van twee jaar minus één dag.

2. Kortlopende obligatie met grote coupures, die op een discontobasis wordt verkocht.

Commissaris voor de noteringen

Functionaris van de Vereniging voor de Effectenhandel (de beurs) die er op toeziet dat de handel op de beursvloer volgens de voorschriften verloopt. Hij kan bv. reeds gedane transacties doorhalen en dan gelden die transacties als niet gedaan.

Commissionair

Handelt voor derden of voor eigen rekening in effecten en obligaties. Hierbij maakt hij gebruik van het TSA-systeem. Er bestaan twee soorten commissionairs: de Effecten Krediet Instelling of EKI (ingeschreven in de registers van de Nederlandsche Bank) en de Niet Effecten Krediet Instelling of NEKI (niet ingeschreven in de registers van de Nederlandsche Bank).

Commodity

Bulkproduct waarvan de prijs geheel door vraag en aanbod wordt bepaald, zoals olie, graan en koffie.

Conjunctuur

Golfbeweging in de economische activiteit, ook wel de actuele stand van zaken in een nationale economie.

Consolidatie

Boekhoudkundige integratie van dochterbedrijven in de boekhouding van het moederbedrijf.

Consortium

Gelegenheidscombinatie van banken bij beursintroducties van ondernemingen of bij emissies van aandelen of obligaties.

Consumentenvertrouwen

Een indicator waarin de mate van vertrouwen van huishoudens tot uitdrukking is gebracht ten aanzien van de huidige en verwachte conjunctuursituatie van een land.

Contract

Opties worden verhandeld als contracten: een overeenkomst tussen twee partijen waarbij de onderliggende waarde, uitoefenprijs en looptijd vastliggen. Over de premie  wordt onderhandeld. Bij aandelenopties heeft een contract normaal gesproken betrekking op een onderliggende waarde van 100 aandelen.

Contrarian (contrair handelen)

Belegger die precies het tegenovergestelde van de anderen doet.

Conversie

Onder bepaalde voorwaarden omzetten van een of meer obligaties ten laste van een vennootschap in een of meer aandelen in die vennootschap, al dan niet met een verrekening in contanten.

Conversie-agio

Positieve verschil tussen de conversie-equivalent en de beurskoers van het aandeel, uitgedrukt in procenten.

Conversieperiode

Periode waarin converteerbare obligaties verwisseld kunnen worden in aandelen. Doorgaans is de conversieperiode bij Nederlandse converteerbare obligaties gelijk aan de looptijd van de oorspronkelijke lening.

Conversieverhouding

Verhouding tussen het aantal obligaties of warrants dat moet worden ingeleverd en het aantal aandelen dat ervoor wordt terugontvangen.

Conversievoorwaarden

Voorwaarden, vermeld in het emissieprospectus inzake een obligatielening, waaronder tot de lening behorende obligaties in aandelen kunnen worden geconverteerd.

Conversiewaarde

Waarde van de converteerbare obligatie die bepaald wordt door en varieert met de beurskoers van het aandeel in die onderneming.

Converteerbare obligatie

Obligatie welke onder bepaalde voorwaarden tegen een bepaalde koers tegen één of meer aandelen kan worden omgewisseld.

Corneren

Trachten controle te krijgen over de prijsvorming door het aankopen van veel goederen of effecten.

Corpus

Aflossingswaarde van een obligatie zonder de rente.

Correctie

Wordt gebruikt om een kleine (vaak verwachte) koersdaling aan te geven. Na een langere periode van koersstijgingen ziet men vaak door o.a. winstnemingen zo'n correctie optreden.

Coupon

Deel van een obligatie waarop de verschuldigde rente wordt uitbetaald.

Couponrendement

Jaarlijks ontvangen obligatierente over het nominale bedrag van de obligatie gedeeld door de beurswaarde.

Courtage

Provisie die een hoekman aan zijn opdrachtgever in rekening brengt.

Cover

De onderliggende waarden die in depot aanwezig zijn en als zekerheid dienen voor de betreffende optiecontracten. Cover kan alleen voorkomen bij het schrijven van call-opties.

CPI

Consumer Price Index. Amerikaanse index voor consumentenprijzen. Belangrijke indicator voor de inflatie.

Crash

Beurscrisis. Ineenstorting van de koersen.

Crowd

Hoek op de beursvloer waar marketmakers en floorbrokers met elkaar concurreren.

Cum

Aandeel waar stock, claim, warrant, bonus of dividend nog aanzit.

Cum dividend

Term waarmee wordt aangeduid dat men een aandeel kan kopen inclusief het reeds aangekondigde (interim)dividend.

Cumulatief preferent aandeel

Aandeel dat -indien in vorige jaren het preferent dividend niet of niet geheel is uitgekeerd- de volgende jaren ook preferent is voor het achterstallige. Eerst nadat alle achterstallige dividenden zijn betaald op de cumulatief preferente aandelen, kan dividend op de gewone aandelen worden uitgekeerd.

Cyclische waarden

Aandelen van bedrijven die gevoelig zijn voor conjunctuurbewegingen (Corus, DSM) of actief zijn in een cyclische bedrijfstak, bijvoorbeeld papier en scheepvaart.

terug naar boven

D

Daggeldrente

Rente op leningen met een looptijd van een dag.

Daghandelaar

Een daghandelaar handelt in aandelen en obligaties met en voor rekening van toegelaten instellingen die een functie uitoefenen op de AEX-Effectenbeurs en voor eigen rekening en risico.

Dagorder

Opdracht tot aan- of verkoop van effecten die slechts één dag geldig is.

DAX-index

Duitse beursgraadmeter

Deck

De orders in handen van een floorbroker.

Deep-discount bond

Obligatie met een rente ver beneden de marktrente en een uitgiftekoers beneden de nominale waarde.

Deep-in-the-money

Een optieserie die ver 'in-the-money 'is. De optie heeft een hoge intrinsieke waarde en reageert sterk op koersveranderingen van de onderliggende waarde. Dit in tegenstelling tot 'at-the-money' of 'out-of-the-money' opties.

Defensieve waarden

Aandelen die het over het algemeen goed blijven doen, ook al gaat het economische slecht(er).

Deflatie

Waardevermeerdering van geld waardoor de koopkracht toeneemt (de prijzen dalen).

Dekken

Terugkopen van effecten die men eerder heeft verkocht zonder ze te bezitten. Dekken heet ook wel short covering.

Dekkingseisen

zie Marginverplichting.

Delta

De delta van een optie geeft een indicatie van de mate waarin de optiepremie reageert op koersveranderingen van de onderliggende waarde. Als een optie een delta heeft van 50, zal de optie hetzelfde reageren op koersveranderingen van de onderliggende waarde als 50 aandelen. De optiepremie volgt de koersverandering van de onderliggende waarde (100) dus voor de helft. Een optie heeft een hogere delta naarmate zij verder 'in-the-money' is. Delta's zijn dus niet constant.

Deposito

Voor een bepaalde tijd aan de bank toevertrouwd geld.

Depot

Een verzamelplaats waar de effecten worden bewaard die door een klant aan een bank in open bewaring zijn gegeven.

Derivaten

Instrumenten die zijn afgeleid van bijvoorbeeld een aandeel, een obligaties of een index (opties, warrants).

Desinvestering

Verkoop of sluiting van een bedrijfsonderdeel.

Devaluatie

Het officieel vaststellen van de waardevermindering van de ene muntsoort ten opzichte van de andere.

Diagonale spread

Het gelijktijdig kopen en verkopen van opties van een bepaalde klasse met verschillende uitoefenprijzen en verschillende afloopdata.

Direct dealing

Handel tussen leden (van Amsterdam Exchanges) buiten enig beurssysteem om.

Disagio

Een nadelig koersverschil t.o.v. de nominale waarde of de uitgiftekoers van een fonds.

Disconto

De door de Nederlandsche bank vastgestelde rentevoet op de geldmarkt.

Dividend

Deel van de winst dat door de onderneming aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd.

Dividendbelasting

Te betalen belasting van 25% over ontvangen dividend. Het uitkerende bedrijf houdt de belasting in en draagt deze af aan de belastingdienst. De dividendbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting net zoals de loonbelasting.

Dividendbewijs

Onderdeel van het aandeel waarop het dividend wordt uitbetaald.

Dividendrendement

Dividend als percentage van de waarde van aandelen.

Dividendstrippen

Verkoop van dividendcoupons met als doel te profiteren van een fiscaal voordeel.

DNB

Afkorting van De Nederlandsche Bank.

Dochtermaatschappij

Een onderneming die voor meer dan 50% in handen is van een andere onderneming. Deze andere onderneming wordt de moedermaatschappij genoemd.

Doorlopende order

Opdracht tot aan- of verkoop die geldt tot hij wordt ingetrokken.

Doorrollen

Verlengen van een aflopende positie. Veel voorkomende praktijk bij verliesgevende optieconstructies.

Dow Jones-index

Indexcijfer samengesteld uit de koersen van op een aantal op de New Yorkse effectenbeurs genoteerde belangrijke fondsen.

Downside risk

Neerwaarts risico, kans op verlies.

Dragons

Tweede golf van 'emerging markets' in Zuidoost-Azië. Het gaat daarbij om Thailand, Maleisië en Indonesië. De Aziatische Tijgers (Korea, Hongkong, Singapore, Taiwan) waren de eerste golf.

Dual currency bond

Obligatie met storting en aflossing in verschillende valuta's.

Dual listing

Notering op twee beurzen die zich bij voorkeur niet in dezelfde tijdzone bevinden.

Due-dilligence

Boekhoudkundig onderzoek voorafgaand aan overnames of fusies.

Dumpen

Het massaal verkopen van effecten, goederen of grondstoffen zonder zich te bekommeren om het effect op de prijs. Soms vindt dumping bewust plaats en worden verliezen geaccepteerd om bijvoorbeeld marktaandeel te verwerven of uit te breiden.

Dunne markt

Markt waarop vanwege gebrek aan vraag en aanbod erg lage omzetten totstandkomen.

Duration

Maatstaf voor rentegevoeligheid van obligaties. Hoe langer de resterende looptijd, des te sterker obligatiekoersen reageren op een renteverandering en hoe hoger de duration. Vuistregel: stijgt of daalt de rente met 1%, dan fluctueert de waarde van de obligatie met 1% maal de duration.

terug naar boven

E

Easdaq

Europese elektronische schermenbeurs voor kleine groei-ondernemingen. Nasdaq is de (veel grotere) Amerikaanse tegenhanger.

EBITDA

Afkorting voor Earnings Before Interest Taxes Depreciation Appreciation, ofwel het resultaat voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie van goodwill.

ECB

Europese Centrale Bank.

Effecten

Verzamelnaam voor verhandelbare waardepapieren, zoals aandelen, obligaties, opties, futures, warrants, falcons, enz.

Effectenkrediet

Krediet voor de financiering van de aankoop van effecten, waarbij de effecten als onderpand dienen.

Effectenportefeuille

Effectenbezit van een belegger.

Effectief rendement

Het werkelijke rendement op jaarbasis.

Effectieve rente

De werkelijke rente op jaarbasis.

Effectieve waarde

Beurswaarde.

Eigen vermogen

Aandelenkapitaal plus reserves van een onderneming.

Emerging markets

Regio's die tot nu toe achtergebleven zijn in hun economische ontwikkeling maar waarvan de vooruitzichten goed zijn.

Emissie

Uitgifte van (nieuwe) aandelen of obligaties.

ESCB

Europees Stelsel van Centrale Banken.

Eurex

Duits/Zwitserse, volledig geautomatiseerde derivatenbeurs.

Eurobond

Obligatielening, uitgegeven door een debiteur uit een ander land dan het land van de valuta waarin de lening luidt.

Euroclear

In Brussel gevestigd internationaal clearinginstituut.

Euronext

Nieuw handelsplatform van de Nederlandse, Belgische en Franse beurs.

Euro.NM

Samenwerkingsverband van de Nieuwe Markten van de effectenbeurzen van Parijs, Frankfurt, Brussel en Amsterdam.

European Stock Options Clearing Corporation (ESCC)

Vennootschap die de afwikkeling van aandelen- en obligatie-opties verzorgd. ESCC garandeert jegens de kopers van opties de verplichtingen van de verkopers/schrijvers van opties.

Europese stijl

Opties die alleen aan het einde van de looptijd kunnen worden uitgeoefend. Indexopties zijn doorgaans van het Europese type.

Eurotop 100-index

Een index die de koersontwikkeling van de Europese aandelenmarkt weergeeft. De index is samengesteld uit 100 Europese aandelenfondsen uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Zweden, Italië, Nederland en België.

Ex-dividend

Waarde van een aandeel na de dag dat het dividend beschikbaar is gesteld. Het dividend zit dan niet meer in de koers.

Exercise

Het door de houder gebruikmaken van zijn optierecht om de onderliggende waarde op te vragen of af te geven. Dit recht kan voor de meeste opties gedurende de gehele looptijd worden uitgeoefend. Exercise-cut-off-time Het uiterste tijdstip waarop de IOCC, ESCC of een lid van de AEX-Optiebeurs nog exercise-opdrachten accepteert.

Exerciselimiet

Het maximaal aantal contracten per klasse dat binnen een vastgestelde periode door één klant alleen of samen met anderen mag worden uitgeoefend.

Exercise price

1. Bij opties: prijs, vastgesteld door de AEX-Optiebeurs, waartegen gedurende de daarvoor vastgestelde optieperiode de onderliggende waarde door de houder van een optie kan worden gekocht of verkocht.

2. Bij warrants: vooraf vastgestelde prijs waartegen een bepaald aantal aandelen of obligaties gedurende een vastgestelde periode (de looptijd) kan worden gekocht krachtens een in de warrant belichaamd recht hiertoe.

Expiratie

De afloopdatum van een optie. Meestal de derde vrijdag van de afloopmaand. De expiratiedatum is de laatste mogelijkheid om openstaande posities te sluiten.

Expiratiecyclus

De reeks afloopmaanden van 3-, 6- en 9-maandsopties die op een bepaalde optieklasse van toepassing is. Indexopties bijvoorbeeld worden verhandeld in de cyclus januari, april, juli en oktober.

Exposure

Gevoeligheid voor een bepaalde omgevingsfactor. Een fonds kan bijvoorbeeld helemaal 'open' zijn voor de Amerikaanse dollar. Dat betekent dat het valutarisico niet is afgedekt.

terug naar boven

F

Fair value

De marktwaarde van een aandeel of derivaat.

Falcon

Fixed term agreement for long term call option on existing securities. Optie of warrant met een langere looptijd dan normaal.

Fallen angel

Een obligatie die bij uitgifte de kwaliteit van staatsobligatie had, maar geleidelijk onder die standaard zakt, waardoor de koers daalt en het rendement stijgt.

Far-out-of-the-money

Een optie is 'far-out-of-the-money' indien de koers van de onderliggende waarde ver verwijderd is van de uitoefenprijs. Bij een call-optie indien de koers van de onderliggende waarde een stuk hoger ligt; bij een put-optie indien de koers een stuk lager ligt dan de uitoefenprijs. De premies zijn meestal erg laag. Alleen in extreme omstandigheden hebben deze opties nog een kans om 'in-the-money' te raken.

Fascon

Fixed term agreement for short term call options on existing securities. Optie met een langere looptijd dan normaal, maar korter dan die van de falcon.

Fed

Federal Reserve System. Het hoogste bestuursorgaan van de Amerikaanse Centrale Bank, bestaande uit twaalf over de Verenigde Staten verspreide Federal Reserve Banks.

Federal Open Market Committee (FOMC)

Het belangrijkste besluitvormende orgaan van het Federal Reserve System in de Verenigde Staten, het stelsel van Amerikaanse banken. Het comité bestaat uit zeven gouverneurs van de Fed en vijf presidenten van de twaalf regionale centrale banken. Het comité komt elke maand bijeen in Washington om de monetaire situatie te bespreken.

Fictief rendement

Rendement dat de fiscus oplegt aan beleggers in buitenlandse beleggingsfondsen.

FIFO

Afkorting van first in, first out. Op de AEX-Effectenbeurs worden orders volgens dit principe uitgevoerd: de oudste order het eerst.

Financials

Banken, effectenbedrijven en verzekeringsmaatschappijen.

Fixed rate

Obligaties met vaste rentecoupon.

Fixed settlement

In Nederland de vaste afwikkelingsdatum van zeven kalenderdagen na de transactiedatum; in de Verenigde Staten van Amerika is de fixed settlement bijvoorbeeld vijf beursdagen.

Flat

Engelse term voor het niet hebben van openstaande posities, ook wel glad of square genoemd.

Flauw

Marktstemming bij dalende koersen.

Flex-optie

Afkorting van Flexible Exchange-optie: een optie waarvan de looptijd, de uitoefenprijs en de onderliggende waarde door marktpartijen zelf worden vastgesteld.

Flippen

Benaming voor Philips aandelen.

Floater (floating rate note)

Obligatie met een variabele rentecoupon, meestal gekoppeld aan een ander rentetarief, bijvoorbeeld dat van schatkistpapier. Aantrekkelijk voor beleggers wanneer zij een rentestijging verwachten.

Floorbroker

Een floorbroker is werkzaam op de beursvloer. Hij is in dienst van een bank, commissionair of onafhankelijk floorbrokerhuis. Zijn taak is het uitvoeren van orders voor de cliënten van zijn werkgever. Geeft een cliënt een order op, dan is het de taak van de floorbroker om naar de betreffende crowd te gaan en deze te verhandelen met de marketmakers. Hierbij heeft hij een grote mate van zelfstandigheid. Hij neemt echter geen positie in opties in.

Floor derivaat

Een optie waarbij erop gespeculeerd wordt dat de rente niet gaat dalen.

Flotation

Uitgifte van nieuwe aandelen of obligaties.

Follow-up

De actie die wordt ondernomen na een koersbeweging van de onderliggende waarde. Soms is winstnemen het verstandigst, soms kan een combinatie worden opgezet voor een beter resultaat.

FOMC

Federal Open Market Committee; beleidscommissie van de Amerikaanse Federal Reserve, die maandelijks bijeenkomt om haar monetaire politiek te bepalen.

Fondsmanager

Beheerder van een effectenportefeuille van een grote belegger.

Fondscode

Identificatiecode van een beursfonds.

Footsie

Populaire benaming voor de FTSE 100-index. Deze op de Londense beurs genoteerde index is samengesteld uit 100 Engelse beursfondsen. Er bestaat ook een FTSE 250-index.

Forex

Foreign Exchange.

FRA

Forward Rate Agreement, een derivaat om de toekomstige rente op een lening vast te zetten.

Fraus legis

Leerstuk op grond waarvan anti-fiscale constructies die in strijd zijn met de geest van de belastingwet door de fiscus en de belastingrechter worden bestreden.

Free float

Percentage aandelen van een bedrijf dat niet in vaste handen is.

Free riding

Ongeoorloofde praktijk bij aandelenemissie waarbij een bank aandelen achterhoudt om ze na introductie tegen een hogere prijs te verkopen.

Front running

Praktijk waarbij een effectenhandelaar met voorkennis van een grote order voor eigen rekening positie inneemt, na plaatsing van de grote order zal de koers stijgen, waardoor de handelaar zijn positie direct met winst kan verkopen. Deze strafbare handeling is een van de punten die bij recentelijke schandalen op de Amsterdamse beurs veel is toegepast.

FTA

Financiële Termijnmarkt Amsterdam. Hier worden futures verhandeld.

FTI-contract

Termijncontract op de AEX-index.

FTSE 100-index

Footsie. Index van de Londense beurs die 100 Engelse beursfondsen telt.

Fundamentele analyse

Beoordelingsmethode die laat zien of een aandeel voor belegging in aanmerking komt. Gekeken wordt onder andere naar de financiële situatie, de balansverhouding, de ontwikkelingen in de belangrijkste markten, de conjunctuur en de kwaliteit van het management.

Future

Termijncontract. Contract waarin de toekomstige aankoop en verkoop van vooral financiële waarden zijn vastgelegd.

Fysieke levering

Afwikkeling door levering van de onderliggende waarde, bijvoorbeeld aandelen, obligaties of valuta's. Het tegendeel van fysieke levering is contante verrekening.

 

Best viewed with Internet Explorer at a resolution 800x600 or higher, All Rights Reserved. Please read the Disclaimer.