|
|
|
|||||||
De wetenschap van een economisch systeem in zijn totaliteit. Hierin wordt met name aandacht besteed aan geldstromen, groei van het bruto nationaal produkt, de inflatie en andere algemene eenheden of factoren. Inschrijving voor meer nieuwe aandelen of obligaties dan de belegger eigenlijk wil hebben, met als doel om ook bij een kleine toewijzing over een behoorlijk aantal stukken te beschikken. Engelse term voor vergoeding die wordt betaald voor vermogensbeheer.Pakket aandelen, samengesteld om risico te spreiden, vaak gelijk aan de samenstelling van een index. Bijv. een mandje AEX. Wordt ook wel door marketmakers gebruikt om AEX-index te beïnvloeden. Nominale waarde van een obligatie. Verhouding tussen (bruto)-resultaat en omzet. Waarborgsom in geld of dekking in de vorm van effecten die beleggers moeten storten bij hun bank of commissionair bij het schrijven van opties of andere afgeleide produkten. Verzoek van een effectenmakelaar aan een cliënt voor storting van meer zekerheden om uitstaande posities af te dekken. Komt vaak voor bij shortposities en in de futureshandel. Beleggers die opties schrijven moeten voldoen aan de minimum dekkingseisen van de AEX-Optiebeurs. Het bedrag, of de tegenwaarde van dat bedrag in effecten, vormt een buffer tegen de risico's die men op grond van de geschreven opties neemt. Een marketmaker handelt op de beursvloer in opties. Hier heeft elk fonds zijn eigen hoek waar de marketmakers met elkaar concurreren: de crowd. Op basis van vraag en aanbod neemt de marketmaker optieposities in. Tijdens het handelen houdt hij rekening met zijn ingenomen positie. Hij verdient aan het verschil tussen de bied- en laatprijzen in de betreffende optieseries, waarvan hij de resultaten de volgende dag gelijk in geld uitgedrukt ziet. Engelse term voor activiteit van optiehandelaren tegen het einde van de handel, waarbij zij proberen de optiepremie te beïnvloeden zodat voor hen een gunstige slotkoers en daarmee een gunstige positie tot stand komt in verband met de dagelijkse waardering van posities. Percentage van de markt dat een bedrijf bedient. Aantal uitstaande aandelen maal de koers. Wordt ook wel beurswaarde genoemd. Overzicht van alle transacties dat dagelijks worst gemaakt door de optieclearingorganisaties in Amsterdam en aan alle betrokken leden wordt gegeven. Roepnaam voor beurs voor financiële derivaten zoals opties en futures in Parijs, waar alleen maar via computers wordt gehandeld. Andere term voor investment bank. Italiaanse beursgraadmeter. Het midden tussen bied- en laatkoersen. Graadmeter voor het 'middensegment' van de Nederlandse aandelenmarkt. 'Kap' staat voor marktkapitalisatie ofwel beurswaarde. Opgenomen zijn de vijfentwintig fondsen die in omzet volgen op de fondsen uit de Amsterdam Exchanges-index (AEX-index). Het gewicht van de geselecteerde fondsen wordt bepaald door de marktkapitalisatie. Beleggingsfonds dat in diverse beleggingscategorieën zoals aandelen, obligaties, vastgoed en deposito's belegt. Deze schaal wordt gebruikt als een handleiding om uitspraken van besturen van beursondernemingen te 'vertalen'. Winststijging of -daling Fractioneel : tot 2% Gering : 2 tot 4% Licht : 4 tot 7% Duidelijk : 7 tot 12% Belangrijk : 12 tot 20% Sterk : 20 tot 30% Aanzienlijk : 30 tot 45% Fors (elke overtreffende trap verder mogelijk) : 45% of meer. Beleggingsportefeuille die volgens een bepaalde beleggingsadviseur of deskundige model staat voor zijn beleggingsvisie en beleid. Periode waarin een duidelijke beweging is te zien, omhoog dan wel omlaag, van bijvoorbeeld koersen of winsttaxatie (koersmomentum, winstmomentum). Roepnaam voor Moody's Inveors Service: een Amerikaans bedrijf dat een kwaliteitsordeel geeft over aandelen, obligaties en andere financiële instrumenten. Morgan Stanley Capital International. Onafhankelijk Amerikaans beleggingsinstituut dat van alle belangrijke beleggingsgebieden in de wereld een index berekent. Ander woord voor een internationaal opererend bedrijf: een bedrijf dat in verschillende landen produceert, omzet en winst maakt, met één hoofdkantoor. Hiervan is sprake als de klant call-opties schrijft zonder dat de onderliggende waarden in depot aanwezig zijn. Ook genoemd ongedekte optie, naked options of uncovered options. Jargon voor de periode nadat de beurs officieel is gesloten. National Association of Securities Dealers Automated Quotations. Elektronische (beurs)vloer van New York. Afkorting van Nederlands Centraal Instituut voor Giraal Effectenverkeer bv, een instituut dat onder toezicht van de minister van Financiën is belast met de uitvoering de Wet Giraal Effectenverkeer. Voor de aangesloten instellingen bewaart en administreert het Necigef effecten en verzorgt het effectengiroverkeer in niet-geïndividualiseerde waarden. Het risico van premieverlies wanneer de markt zich in de niet-verwachte richting beweegt. Eén van de belangrijkste kenmerken van een longpositie in opties is het beperkte neerwaartse risico (tot de betaalde premie), terwijl de winstmogelijkheden vrijwel onbeperkt zijn.Afkorting van niet-effectenkredietinstelling. Nettorendement houdt in dat de kosten en eventueel de te betalen belasting reeds met het resultaat zijn verrekend. Dit resultaat in verhouding tot het geïnvesteerde geld is het nettorendement. Winstcijfer na aftrek van afschrijving en belasting. Een niet-handelend commissionair bemiddelt tussen klanten en commissionairs, maar neemt zelf niet daadwerkelijk deel aan de handel.- Voorheen noemde met een niet-handelend commissionair ook wel 'remisier'. Heeft betrekking op een groep effectenwaarmee volgens het bestuur van de beurs in Amsterdam iets aan de hand is. Zij hebben een zogenaamde 'noteringsmaatregel' en worden gegroepeerd onder de naam niet officieel genoteerd. Certificaten die niet omwisselbaar zijn in aandelen. Amerikaans jargon voor vijftig aandelen die het meeste voorkomen in de aandelenportefeuilles van grote institutionele beleggers. Japanse beursgraadmeter De Nieuwe Markt van Amsterdam Exchanges, de 'startersbeurs' voor vaak kleinere en jonge ondernemingen. Bij een obligatie; de grootte van de schuldvordering. Bij een aandeel; het bedrag der kapitaaldeelneming, dat ook op het aandeel staat afgedrukt (dit is dus niet de koerswaarde). Koers of dagprijs van een effect. Afkorting van New York Stock Exchange. Schuldbrief, recht gevende op een doorgaans vaste rente en na aflosbaarstelling, op terugbetaling van de hoofdsom. Beleggingsinstelling die het geld van deelnemers in obligaties belegt. Afkorting van Orderbook Official. Deze medewerker van de optiebeurs zorgt voor een ordelijke markt en houdt het orderboek bij. Een kleiner aantal aandelen dan honderd. In de Verenigde Staten en Canada worden aandelen meestal verhandeld als round lots (eenheden van honderd stuks). Een Off-floor trader handelt, in tegenstelling tot een marketmakers, niet vanaf de beursvloer maar vanuit een kantoorruimte elders, in opties. Gedeelte van de AEX-Effectenbeurs waar effecten die tot deze markt zijn toegelaten worden verhandeld. Transacties in deze effecten leiden tot een officiële notering. Op een bepaald tijdstip overeenkomstig de daarvoor geldende reglementering vastgestelde koers van tot de officiële markt of de parallelmarkt toegelaten effecten. De koers blijft van kracht tot de volgende officiële koers tot stand komt.Door Amsterdam Exchanges uitgegeven krant die elke beursdag verschijnt. Het bevat naast de effectenkoersen mededelingen die voor het effectenbedrijf van belang zijn, zoals data van te houden uitlotingen en aflosbaarstellingen van obligaties, berichten over de notering van aandelen ex-dividend of andere uitkeringen, advertenties over een emissie of introductie en betaalbaarstellingsadvertenties.Beleggingsinstelling die officieel in een ander land is gevestigd dan de beheerder en de participanten. De keuze voor het land van vestiging wordt over het algemeen bepaald door het belastingregime aldaar. De aandelen, obligaties, index, valuta of het edelmetaal waarop de optie betrekking heeft. Van onderwaardering is sprake indien de theoretische waarde van de optie hoger ligt dan de laatprijs (verkoopprijs). In theorie is voordeel te behalen door een ondergewaardeerde optie te kopen.Aandeel, sector of land minder laten meetellen in een beleggingsportefeuille dan volgens de index of benchmark normaal zou zijn. Het schrijven van een call-optie op aandelen, of een andere onderliggende waarde, die men niet in portefeuille heeft. Het schrijven van een put-optie is in principe altijd ongedekt, omdat men een koopplicht, die voortvloeit uit een geschreven put, niet kan afdekken door het bezit van de onderliggende waarde. Bij een ongedekt geschreven optie zal de belegger voor zekerheid ( margin) moeten zorgen in de vorm van contanten of een vergelijkbare waarde in effecten.Elektronisch systeem van de AEX-Effectenbeurs, waarin orders per fonds worden verzameld, gesorteerd en uitgevoerd, deels automatisch. Een openingstransactie waarbij een optie wordt gekocht. Een openingsaankoop wordt teniet gedaan door een sluitingsverkoop (closing sell). Beleggingsfonds dat zelf via aankoop en verkoop de koers van het aandeel ongeveer op het niveau van de intrinsieke waarde houdt. Getal dat aangeeft hoeveel posities op een zeker moment openstaan in een bepaalde optieserie op optieklasse. Het aantal uitstaande contracten kan worden beschouwd als een graadmeter voor liquiditeit. Volgens sommigen een verouderd handelssysteem op een beurs waar nog niet via schermen wordt gehandeld, maar de koersen luidkeels worden afgegeven. Nog steeds in zwang op de New York Stock Exchange. Een openingstransactie waarbij een optie wordt geschreven. Een openingsverkoop wordt teniet gedaan door een sluitingsaankoop (closing buy). Letterlijk vertaald: gelegenheidsverlies. Het risico bij het gedekt schrijven van een call-optie dat de aandelen moeten worden geleverd tegen een (uitoefen)prijs die lager is dan de koers van het aandeel op de AEX-Effectenbeurs. Men verliest door het schrijven van de call de gelegenheid om de aandelen tegen een betere prijs te verkopen. Tijdelijk staken van de beurshandel in een fonds, meestal in verband met een belangrijke mededeling van de betrokken vennootschap. Verhandelbaar recht om van de onderliggende waarde (bijv. aandelen of obligaties) een standaardhoeveelheid te kopen (call) of te verkopen (put) tegen een vooraf overeengekomen prijs en gedurende de looptijd van de optie. Overeenkomst tussen een belegger en de bank of commissionair die moet worden gesloten vóórdat transacties in opties kunnen worden aangenomen. Door ondertekening van de optieovereenkomst verklaart de belegger onder meer het officieel bericht te hebben gelezen. Voorts staan in de optieovereenkomst afspraken over onder meer het uiterste tijdstip waarop sluitingstransacties of opdrachten tot uitoefening kunnen worden doorgegeven. Het hebben van een recht of een plicht naar aanleiding van een door een belegger verrichte optietransactie. De prijs van een optie. De winstmogelijkheden van een aandeel of derivaat. 1. Bij effecten: zie Openbare Orderboek. 2. Bij opties: een systematische vastlegging door de OBO van alle gelimiteerde optie-orders van het publiek. Bij uitvoering hebben orders uit het orderboek voorrang boven eventuele orders met dezelfde prijs die van de vloer komen. Prijsvorming die plaatsvindt op basis van de aanwezige orders. Over the counter. Markt voor effecten die niet worden verhandeld aan een beurs; vaak alleen telefonisch of elektronisch. Een optie is out-of-the-money wanneer zij geen intrinsieke waarde heeft. Een call-optie is 'out-of-the-money' wanneer de uitoefenprijs hoger is dan de koers van de onderliggende waarde. Een put-optie is 'out-of-the-money' als de uitoefenprijs lager is dan de koers van de onderliggende waarde. De premie van een 'out-of-the-money' bestaat alleen uit tijd- en verwachtingswaarde. Aandeel dat meer in koers is gestegen dan de AEX. Een aandeel dat het slechter doet dan de AEX heet underperformer. Engelse term voor het uitbesteden van activiteiten of het afstoten daarvan, omdat zij niet tot de kernactiviteiten van het bedrijf behoren. Engelse term voor overgekocht: marktsituatie waarbij zeer veel vraag naar een bepaald effect is geweest en de koers snel en fors is gestegen. Al dan niet openbaar bod van het ene bedrijf alle (uitstaande) aandelen van het andere bedrijf. Situatie waarbij de beleggers op een openbare uitgifte van effecten met elkaar voor een veel groter bedrag hebben ingeschreven dan er effecten worden uitgegeven. De waardering geeft de verhouding weer tussen de actuele beurskoers en de verwachte winst per aandeel. Wanneer de koers hoog is in verhouding tot de getaxeerde winst per aandeel spreekt men van een overwaardering. Aandeel, sector of land meer laten meetellen in een beleggingsportefeuille dan volgens de index of benchmark normaal zou zijn. terug naar boven Andere term voor niet gerealiseerd verlies. Treedt op wanneer de actuele beurskoers of prijs van een effect lager is dan de koers of prijs waartegen is gekocht, terwijl dat effect nog wel in bezit is. In 1982 door de VVDE opgerichte en gereglementeerde markt voor alle niet tot de notering aan de Officiële Markt toegelaten fondsen. Op de Parallelmarkt worden officieel toegelaten en niet-officieel toegelaten fondsen onderscheiden. De koersen van de officieel toegelaten fondsen worden dagelijks in een daartoe bestemde, vaste rubriek van de Officiële Prijscourant opgenomen; van niet-officieel toegelaten fondsen worden alleen koersen gepubliceerd voor zover een transactie heeft plaatsgevonden. Overkoepelend Beleggingsfonds dat is onderverdeeld in verschillende aparte beleggingsfondsen voor de diverse beleggingscategorieën, sectoren, landen en dergelijke. Gelijkwaardigheid van de koersen van hetzelfde aandeeel op verschillende beurzen. Schriftelijk en verhandelbaar bewijs van deelneming in een beleggingsinstelling dat recht geeft op een deel van de totale beleggingsportefeuille en op een deel van de inkomsten die met de portefeuille worden gemaakt. Het eigen vermogen, de schulden en de voorzieningen van een vennootschap. Deel van de nettowinst dat als dividend aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd. Goedkope aandelen, vaak zeer risicovol. Procentuele stijging (outperformance) of daling (underperformance) van een aandeel over een bepaalde periode ten opzichte van een vergelijkingsmaatstaf. Eeuwige lening. Obligatielening die geen aflossing kent. De uitgever betaalt alleen rente. Jargon voor groep handelaren die in futures handelen. Afkorting van Public Order Correspondent Member. Dit is een lid van de AEX-Optiebeurs dat orders van het publiek via een POM mag laten uitvoeren. Alle aangesloten banken zijn een POCM. Afkorting van Public Order Member. Dit is een lid van de AEX-Optiebeurs dat orders van het publiek en van POCM's op de beurs mag laten uitvoeren. Ander woord voor portefeuille. Producer Price Index. Amerikaanse index voor grondstoffenprijzen. Belangrijke indicator voor de inflatie. Een effectenorder die vanwege het speciale karakter of de omvang het beste door de hoekman of de floorbroker op de handelsvloer al pratend met andere handelaren kan worden uitgevoerd. Aandeel, dat voorrang geniet boven een gewoon aandeel, bijv. bij winstverdeling, benoeming van bestuursleden. De prijs van een optie. Obligatie met een betrekkelijk lage rente, waaraan bij uitloting de kans op een geldprijs verbonden is. Engelse term voor koers-winstverhouding. Emissiemarkt waar sprake is van nieuwe aandelen of obligaties. Op deze aandelen wordt voor een vast percentage voorrang gegeven aan de gewone aandeelhouders bij de betaling van het dividend. Plaatsen van effecten bij een belegger (meestal instituut) zonder dat de transactie via de beurs loopt. Een indicator waarin de mate van vertrouwen door bedrijven tot uitdrukking is gebracht ten aanzien van de huidige conjunctuursituatie en de vooruitzichten van productiegroei in een land. Computergestuurde effectenhandel op basis van programma's die naar winstmogelijkheden zoeken. Koers die de basis vormt voor de hoogte van de rente voor krediet tegen onderpand van effecten. Amsterdam Exchanges stelt deze koers (die min of meer met de rente op de geldmarkt varieert) vast en publiceert deze in de Officiële Prijscourant. Brochure, waarin voornamelijk financiële gegevens worden vermeld over een onderneming die aandelen of obligaties wil uitgeven. Kosten die de belegger maakt bij het plaatsen van orders. Meestal een vast bedrag per optiecontract. Voor het sluiten van openstaande posities wordt veelal een lagere provisie berekend dan voor het openen van posities. Ook geldt vaak een minimumbedrag per order, ongeacht het aantal contracten. Verzoek aan aandeelhouders om stemvolmachten te verstrekken. Een optie die de koper het recht geeft de onderliggende waarde gedurende de looptijd van de optie te verkopen tegen de uitoefenprijs van de put. Engelse term voor het verhoudingsgetal dat de liquiditeitspositie van een bedrijf weergeeft. De kortlopende vorderingen en liquide middelen worden gedeeld door de kortlopende schulden. Verplichte (bied en laat)prijzen waarop men is gehouden een minimale hoeveelheid van een bepaald fonds te kopen of te verkopen. Prijsvorming die plaatsvindt op basis van de aanwezige quotes. Een werknemer van de optiebeurs in Amsterdam die de bied- en laatprijzen (quotes) in de computer invoert. Ander woord voor directie van een bedrijf; wordt vaak gebruikt voor directies van grote beursgenoteerde bedrijven. Wordt benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders van een bedrijf.Het orgaan dat bij bedrijven toezicht houdt op en adviezen geeft aan de directie of Raad van Bestuur. Iemand die door aankoop van aandelen voor een ongewenste overname van een bedrijf zorgt. Methode die gebruikt wordt bij assignments. Dit is een lotingsmethode die een eerlijke verdeling van de kansen garandeert. Engels woord voor marge ofwel verschil tussen bepaalde koersniveaus. Klassering van debiteuren naar financiële standing door bekende instituten als Moodys en Standard & Poor. De rating wordt vaak aangeduid met AAA (triple A), AA, BB e.d. Ander woord voor verhoudingsgetal of kengetal. Koersen die direct op het scherm verschijnen zodra er is gehandeld. Terugval in de economische ontwikkeling. Proces waarbij de Nominale waarde van een effect van de ene valuta in een andere wordt omgezet. Ander woord voor aandelen op naam. De namen van de aandeelhouders staan genoteerd in een register dat door het betreffende bedrijf wordt bijgehouden. Term uit de technische analyse: de verhouding tussen de koersontwikkeling van een aandeel en bijvoorbeeld een aandelenindex of een ander gemiddelde. Kan berekend worden door de koers van het aandeel te delen door de index of een ander gemiddelde. Als de opeenvolgende berekeningen in een grafiek afgezet een stijgende lijn laten zien, doet het aandeel het beter dan de index of het gemiddelde, en omgekeerd. Lijn (afgedrukt onder een koersgrafiek) die, door de tijd heen, de relatieve sterkte van een financiële grootheid weergeeft ten opzichte van een vergelijkingsmaatstaf. Opbrengst of inkomen van een investering of belegging als financiële uitkomst over een (meestal) bepaalde periode. Indien uitgedrukt in een percentage van de waarde van de investering of van het geïnvesteerde bedrag, spreekt men veelal van rentabiliteit. Verhoudingsgetal dat het contante dividend per aandeel als percentage van de waarde van het aandeel tegen de geldende beurskoers weergeeft. De dividendbelasting blijft daarbij buiten beschouwing. Op basis van het verwachte dividend kan men ook een toekomstig rendement berekenen. 1. Effectief: couponrendement, gecorrigeerd voor de contante waarde van toekomstige aflossingswinst of -verlies. Voor de particuliere beleggers is in verband met de belastingvrijdom van uitlotingswinsten het fiscaal nettorendement van belang, zijnde het fiscaal nettocouponrendement plus uitlotingswinst of -verlies (= effectief rendement minus couponrendement). 2. Fiscaal netto: couponrendement, verminderd met de daarover verschuldigde belasting plus uitlotingswinst of minus uitlotingsverlies. Informatie over uitbetaalde rente op spaartegoeden, obligaties en aandelen, die de banken jaarlijks aan de fiscus moet verstrekken. De rente die een centrale bank rekent aan banken bij het sluiten van een repurchase agreement. Is een bodemtarief voor de rente op de geldmarkt. Obligatie waarvan de coupon na één jaar opnieuw wordt vastgesteld. De nieuwe coupon geldt dan gedurende de resterende looptijd. Tegenovergestelde van wholesale.Grens die is vastgesteld door de beurs om te bepalen of het gaat om een kleine effectenorder, meestal afkomstig van particuliere beleggers, of een grote order van bijvoorbeeld institutionele beleggers. Engelse term voor een omgekeerde converteerbare: hier heeft niet de belegger het recht om de obligatie in aandelen om te wisselen, maar mag de uitgevende instelling beslissen of zij in geld of op een andere manier, zoals betaling in aandelen, aflost. Een reversal bestaat uit een gekochte call-optie, een shortpositie in aandelen (of future) en een geschreven put-optie. Extra rendement op een obligatie of aandeel omdat het risico groter wordt geacht dan gemiddeld. Doorrollen. Vervangen van een optiepositie door één met een latere afloopmaand of andere uitoefenprijs. Effect dat het originele aandeel vertegenwoordigt. Het originele aandeel is meestal in beheer bij een administratiekantoor dat optreedt als behartiger van de belangen van de kapitaalverschaffers. Als de certificaten omgewisseld kunnen worden in de originele aandelen, dan zijn ze royeerbaar. Is de omwisseling niet mogelijk, dan zijn het niet-royeerbare certificaten. 1. De doorhaling van een aan- of verkooporder. 2. De verwisseling van certificaten in de onderliggende originele aandelen. |
||||||||
|
|