|
|
|
|||||||
Verlagen van een belastingvrijstelling met de betaalde rente. Optiestartegie, andere term voor butterfly spread. Handelssysteem waarbij vraag en aanbod via computers bij elkaar worden gebracht. De schrijver neemt het schrijven een verplichting op zich de onderliggende waarde te leveren (bij een call-optie) of te kopen (bij een put-optie) tegen de uitoefenprijs. Schrijvers moeten voldoen aan de marginverplichting van de AEX-Optiebeurs. 1. Waardepapier waarvan een bepaald aantal gedurende een bepaalde periode in een aandeel dan wel een obligatie kan worden omgewisseld. 2. Bewijs van achterstallige rente, dividend of enig ander recht. 3. Andere benaming die soms gebruikt wordt voor een restantbewijs. Elektronische beursvloer van Londen voor buitenlandse aandelen. Afkorting van de Securities and Exchange Commission, een Amerikaanse overheidsinstelling die toezicht houdt op de Amerikaanse beleggingswereld. Markt waarop de vraag groter is dan het aanbod waardoor de verkopers tot op zekere hoogte de prijzen kunnen bepalen. Een optieserie bestaat uit alle opties met dezelfde onderliggende waarde, afloopmaand, uitoefenprijs en van hetzelfde type (call of put). De Philips januari/50 call is een voorbeeld van een optieserie. De afwikkeling van een transactie, zowel qua stukken als qua geld. De waarde van de onderneming voor de aandeelhouders. Indicator die risico en rendement bij een beleggingsfonds weergeeft. Hoe hoger de ratio hoe positiever de verhouding risico-rendement kan worden beoordeeld. Jargon voor het verkopen van effecten terwijl men die niet bezit, of het verkopen (schrijven) van een optie. Het tegelijkertijd schrijven van een call-optie en een put-optie met dezelfde afloopdatum. De uitoefenprijzen van de opties zijn echter verschillend. Een shortpositie in opties ontstaat door het schrijven van opties. Straddle waarbij call- en put-opties zijn geschreven met dezelfde afloopmaand en dezelfde uitoefenprijs. Dividend dat wordt uitgekeerd nadat al eerder interimdividend was uitgekeerd. Wordt uitgekeerd aan het einde van het boekjaar, als de jaarwinst definitief is vastgesteld op de algemene vergadering van aandeelhouders. Engelse term voor bedrijven met een relatief lage beurswaarde. Systeem op Amsterdam Exchanges voor de verhandeling van kleine optie-orders. Het eigen vermogen van een bedrijf als percentage van het totale vermogen. Het is een maatstaf voor de financiële soliditeit van een onderneming. Afkorting van Standard en Poor's, een Amerikaanse organisatie die ratings (een soort rapportcijfer omtrent de kredietwaardigheid) berekent. Er zijn ook S&P-indices: de S&P Industrial Index, een index van 500 Amerikaanse bedrijven en de S&P 100 een index van 100 Amerikaanse bedrijven. zie Hoekman. Bepaalde risico's nemen met als doel het behalen van relatief hoge winsten, veelal op korte termijn. Splitsen (split-up) Coupures van aandelen worden wel eens gesplitst in kleinere coupures van hetzelfde fonds. De nominale waarde van de aandelen wordt dan lager. Een concern kan tot splitsing overgaan als de waarde van het aandeel te hoog wordt. De splitsing maakt het aandeel koopwaardiger. Nederlandse term voor as, if, when issued-handel. Het verschil tussen de bied. Obligaties waarmee de overheid geld uit de markt haalt om het financieringstekort te dekken. Verhandelbaar schuldbewijs van de overheid. Deze geeft in het algemeen een jaarlijkse rente. Door standaardisatie wordt de verhandelbaarheid van optiecontracten bevorderd. De standaardisatie van opties op de AEX-Optiebeurs heeft betrekking op de hoeveelheid onderliggende waarde, de uitoefenprijs en de looptijd. Afkorting voor Stichting Toezicht Effectenverkeer. Prijsniveau waarop er genoeg vraag in de markt is om een koersdaling een halt toe te roepen. Een recente bodem in een koersgrafiek treedt vaak op als steunniveau. Dividend dat wordt uitgekeerd in de vorm van aandelen. Deze vorm van dividenduitkering is voor particulieren belastingvrij. Aandelen selecteren die in de ogen van de belegger (te) laag zijn geprijsd. Order tot verkoop, die eerst dan moet worden uitgevoerd, wanneer de koers van het fonds tot een bepaald punt is gedaald. Het gelijktijdig kopen en verkopen van call-opties en put-opties van een bepaald aandeel met dezelfde uitoefenprijs en expiratiedatum. Bij geconstateerde onregelmatigheden kunnen beursfondsen hangende het onderzoek (tijdelijk) uit de officiële notering worden genomen. Het kopen van een optie en het verkopen van een andere optie met dezelfde onderliggende waarde en afloopdatum, maar met verschillende uitoefenprijzen. Striking price (uitoefenprijs) 1. Bij opties: prijs, vastgesteld door de AEX-Optiebeurs, waartegen gedurende de daarvoor vastgestelde optieperiode de onderliggende waarde door de houder van een optie kan worden gekocht of verkocht. 2. Bij warrants: vooraf vastgestelde prijs waartegen een bepaald aantal aandelen of obligaties gedurende een vastgestelde periode (de looptijd) kan worden gekocht krachtens een in de warrant belichaamd recht hiertoe. Scheiden van de mantel (nominale waarde) en de coupon (rentebetaling) van een obligatie om ze apart te verhandelen. Surinaamse optie Jargon op de optiebeurs voor een optie waarvan de prijs niet of nauwelijks beweegt. Omwisseling van vergelijkbare effecten, met als doel het verkrijgen van een hoger rendement. Zwitserse beursgraadmeter. Afkorting van System Which Operates Trading Choices, het handelssysteem van de AEX-Optiebeurs. Het wisselen tussen verschillende fondsen binnen een (giraal) beleggingssysteem. Tijdelijke combinatie van banken bij emissies van aandelen of obligaties. Voordelen van samenwerking van bedrijven zoals kostenbesparing door grootschaligere productie. Posities die hetzelfde winst- en verliesresultaat opleveren als een positie in andere producten. Het kopen van een call-optie en het gelijktijdig schrijven van een put met dezelfde afloopmaand en uitoefenprijs levert in principe hetzelfde resultaat op als het kopen van een aandeel en wordt daardoor ook wel aangeduid als een 'synthetisch aandeel'. Strook die deel uitmaakt van couponblad tegen inlevering waarvan een nieuw couponblad wordt uitgereikt. Geldt ook voor dividendbladen. Koersdoel van een aandeel. 1. Waarde van een woning zoals vastgesteld door een makelaar of taxateur. 2. Schatting van een analist. Bijv. taxatie voor de winst per aandeel. Treasury bills. Amerikaanse schatkistbiljetten met een middellange of korte looptijd. Analyseren van een aandeel aan de hand van koersontwikkelingen uit het verleden. Via chart reading - het interpreteren van grafieken - probeert de analist toekomstige koersontwikkelingen te voorspellen. Bij de technische analyse wordt uitsluitend gekeken naar vraag en aanbod op de beurs. Uitgiftesysteem zoals vroeger werd gehanteerd bij Nederlandse staatsleningen. De uitgiftekoers wordt niet van tevoren vastgesteld; door de inschrijvers zelf moet een koers worden ingevuld op het inschrijfbiljet. Na sluiting van de inschrijving wordt aan de hand van de opgegeven koersen de uitgiftekoers vastgesteld. Future. Contract waarin de toekomstige aankoop en verkoop van vooral financiële waarden zijn vastgelegd. Markt waar vraag en aanbod worden samengebracht op het gebied van goederen en financiële waarden. Amsterdam kent de Financiële Termijnmarkt Amsterdam (FTA) en de Aardappel Termijn markt Amsterdam (ATA). De waarde van een optie die op basis van een bepaalde wiskundige formule wordt berekend. De formule is ontwikkeld door de Amerikanen Black en Scholes (zie Black & Scholes). De theoretische waarde is een richtsnoer voor de koers die op de markt door vraag en aanbod tot stand komt. Opgaande of neerwaartse beweging in de koers van een aandeel. Elk nieuw koersniveau is een tick. Het deel van de optiepremie dat overblijft wanneer op de totale premie de intrinsieke waarde in mindering wordt gebracht. De hoogte van de tijd- en verwachtingswaarde wordt onder meer bepaald door de resterende looptijd en de beweeglijkheid van de onderliggende waarde. Bijnaam voor de Aziatische markt in opkomst. De tijgers zijn Singapore, Hongkong, Zuid-Korea en Taiwan. Verdeling overeenkomstig de emissievoorwaarden, zoals vermeld in het prospectus en eventueel in een daaraan aansluitende publicatie, van het aantal uit te geven obligaties onder degenen die hierop hebben ingeschreven. Advertentie die wordt geplaatst na uitgifte van nieuwe aandelen, met daarin onder meer opgenomen de namen van de banken en commissionairs die aan de emissie hebben meegewerkt. Term uit de beleggingsleer waarmee de route van het beslissingsproces wordt aangegeven. Eerst wordt de beleggingscategorie gekozen, daarna het land, vervolgens de bedrijfstak en als laatste een specifiek aandeel of obligatie. Maat voor het risico dat een fondsmanager mag lopen met zijn beleggingsbeleid. Geeft de (theoretische) maximale afwijking aan van het rendement van de beleggingen ten opzichte van de benchmark. 1. Belegger die door snelle aankoop en verkooptransacties winst probeert te behalen. 2. Floorbrokers en marketmakers. Bereik tussen twee niveaus waarbinnen een koers zich beweegt. Is een term uit de technische analyse. Kosten die moeten worden betaald voor het aan- of verkopen van effecten. Gedeelte van een lening. Voorbeeld: een staatslening in twee tranches met dezelfde voorwaarden. Laat zien wat de verwachte economische trend is. Researchanalisten maken veel gebruik van indicatoren die de richting aangeven van de economische ontwikkeling. Bijvoorbeeld het vertrouwen van inkoopmanagers bij ondernemingen of de orders die de industrie in de boeken heeft staan. Een trendlijn is een rechte lijn die een aantal markante punten in een grafiek met elkaar verbind. De trendlijn geeft de richting van een trend in een koersgrafiek weer. Een stijgende trendlijn wordt getrokken onder markante bodems. Een dalende trendlijn wordt getrokken over markante toppen. Een trendlijn wordt belangrijker naarmate deze meer punten met elkaar verbindt. Hoogste kwalificatie om aan te geven dat de kredietwaardigheid van een bedrijf maximaal is. Verstrekt door de gezaghebbende rating agencies Moody's en Standard & Poor. Dagen waarop de driemaandelijkse afwikkeling van de opties en Futures op de aandelenindices plaatsvinden. Dit zorgt voor zeer hoge activiteit en grote koersschommelingen. Afkorting van Trading System Amsterdam; het handelssysteem van de AEX-Effectenbeurs. Uitoefening van optiecontracten vóór het verstrijken van de looptijd. De redenen om een optie tussentijds uit te oefenen kunnen te maken hebben met dividenduitkeringen of renteveranderingen. Tussentijds uitoefening is alleen mogelijk bij opties Amerikaanse stijl. Stabiliseren van een koers na een periode van neergang. Plotseling omhoogschieten van een stagnerende koers. Een optiecontract geeft de houder het recht de onderliggende waarde tegen een bepaalde prijs te kopen of te verkopen. Wanneer de houder zijn optie uitoefent, koopt of verkoopt hij de onderliggende waarde tegen de uitoefenprijs. Uitoefening van optiecontracten is te allen tijde mogelijk aan het einde van de looptijd. Soms is ook tussentijds uitoefenen mogelijk (zie ook Tussentijds uitoefenen).Van tevoren overeengekomen prijs waarvoor een koper een call-optie kan aankopen en de verkoper de call-optie moet verkopen. Uncovered options (ongedekte opties) Hiervan is sprake als de klant call-optie s schrijft zonder dat de onderliggende waarden in depot aanwezig zijn.Aandeel dat minder in koers is gestegen dan de AEX. Een aandeel dat het beter doet dan de AEX heet outperformer. Populaire benaming voor aandelen van Unilever. Verbeteren, vernieuwen; naar boven bijstellen van een beleggingsadvies. Value investor (waardebelegger) Belegger die zoekt naar ondergewaardeerde effecten (koopjes) op de aandelenmarkt. Rente die is afgeleid van de ontwikkelingen op de geldmarkt. Bij het openen van een futurepositie moet de belegger initial margin betalen. Koersverschillen worden dagelijks verrekend via de zogenoemde variation margin.Beursstemming bij over een breed front stijgende koersen. Beleggingsinstelling die het geld van de deelnemers belegt in onroerende zaken. Vereniging van Effectenbezitters. De gevoeligheid van de premie van een bepaalde optie voor veranderingen in de beweeglijkheid (volatiliteit) van de onderliggende waarde.Amerikaanse term voor durfkapitaal, vermogen dat wordt verschaft aan jonge, veelbelovende maar enigszins riskante bedrijven. Beursstemming bij een markt zonder tendens; er zijn zowel wat hogere als wat lagere koersen. Poging van de Centrale Bank om de inflatie omlaag te krijgen door middel van renteverhoging en/of vermindering van de hoeveelheid geld die in omloop is. Dit laatste is mogelijk door banken te verplichten grotere tegoeden aan te houden bij de Centrale Bank.Activiteiten gericht op het in stand houden van het vermogen en het behalen van het nagestreefde resultaat. Belasting die over het vermogen, oftewel bezit minus schulden, moet worden betaald. Beleggingsfonds dat de inkomsten niet uitkeert via het dividend maar na aftrek van 35% vennootschapsbelasting opnieuw belegt in het fonds zelf. De daarop volgende waardestijging wordt vertaald in een hogere beurskoers. De aldus ontstane koerswinst in fiscaal onbelast, interessant voor beleggers die hun rentevrijstelling al hebben benut (betalen dus geen 50 of 60% inkomstenbelasting, maar de genoemde 35% vennootschapsbelasting). Vaste datum waarop het optiecontract afloopt. Verwachtingswaarde Het positieve verschil tussen de premie en de intrinsieke waarde van een optie. De premie van een out-of-the-money serie bestaat uitsluitend uit de verwachtingswaarde. zie Winstverwatering. Populaire benaming voor de plaats in het beursgebouw waar de handel plaatsvindt. Maatstaf die de mate van beweeglijkheid van een fonds weergeeft. Jargon uit beurshandel: periode in de ochtend tot het moment dat de beurshandel begint. Opties en Futures kunnen worden gebruikt als een instrument voor voorbelegging. De belegger wil bijvoorbeeld nu een positie in de onderliggende markt innemen maar beschikt nog niet over de daartoe benodigde liquiditeiten. Door aankoop van een call-optie of een longpositie in futures kan de belegger een 'voorbelegging' in de onderliggende markt realiseren. Op de hoogte zijn van koersgevoelige informatie voordat die publiekelijk bekendgemaakt is. Handelen met voorkennis is illegaal en daarom ook strafbaar. Term uit de technische analyse. Een gemiddelde van het koersverloop dat voortschrijdend berekend wordt over een bepaalde periode. Dit gemiddelde filtert scherpe koersbewegingen uit het koersverloop en geeft het trendmatig koersverloop weer. Alle schulden van de vennootschap. Straat in New York, waar de New York Stock Exchange is gevestigd. Evenals call-opties geven warrants het recht om gedurende een bepaalde tijd aandelen te kopen tegen een tevoren vastgestelde prijs. Kunnen worden uitgegeven in combinatie met aandelen of obligaties. Prijsniveau waarop er genoeg aanbod in de markt is om een koersstijging een halt toe te roepen. Een recente top in een koersgrafiek treedt vaak op als steunniveau. Het belang uitgedrukt als percentage van het totaal belegd vermogen in een beleggingsportefeuille of als percentage van een index. Vlottende activa min de kortlopende schulden. Wet Toezicht Effectenverkeer Wet die voorziet in het regelen van het toezicht op de beurzen. Dat toezicht heeft betrekking op: de verhouding tussen vragers naar kapitaal en beleggers, de verhouding tussen beleggers en tussenpersonen, de organisatie van de beurzen en de verhouding tussen beleggers onderling. Engelse term voor een bedrijf dat een ander bedrijf overneemt of daarmee fuseert om een vijandige overname van het andere bedrijf te voorkomen. Groothandel; in het effectenjargon orders en transacties van een grote omvang (groter of gelijk aan de vastgestelde wholesalegrens). Door de beurs vastgestelde hoeveelheid (hetzij in nominaal of effectief bedrag, hetzij in aantal aandelen) waaronder een order in het retailsegment van de markt moet worden aangeboden. 'In de wind gaan' Aandelen verkopen die men nog niet in bezit heeft in de hoop ze even later tegen een lagere prijs te kunnen terugkopen. Heet ook short gaan of à la baisse gaan. Het zodanig schuiven in de beleggingsportefeuille dat de eindejaarsrapportage een zo gunstig mogelijk beeld laat zien. Winstdelende preferente aandelen/obligaties Preferente aandelen respectievelijk obligaties, die delen in de overwinst. Winstmarge Winst uitgedrukt in percentage van de omzet. Daling van de winst per aandeel door toename van het aantal uitstaande aandelen. Afkorting Wet Toezicht Effectenverkeer Het elektronische handelssysteem van de beurs in Frankfurt. Engelse term voor rendement. Het verschil tussen het rendement van staatsobligaties en gewone obligaties. Verhouding tussen het dividendrendement (dividend gedeeld door beurskoers) op aandelen en het rendement op de kapitaalmarkt. De earnings yield-ratio geeft een verhouding weer tussen de rente en de koers-winstverhouding.Obligatie die ver onder de nominale waarde wordt uitgegeven en die tussentijds - tot de aflossingsdatum - geen rente uitkeert. Een term die aangeeft dat de optiehandel op zichzelf geen waarde toevoegt, maar dat alle winsten en verliezen bij elkaar opgeteld principieel gelijk zijn aan nul. Wat de één wint, verliest de ander. Deze stelling gaat alleen op indien de optiehandel wordt beschouwd als een gesloten systeem, zonder combinaties van opties met aandelen. Beursterm voor zware mondiale koersval op aandelenmarkten die plaatsvond op maandag 21 oktober 1987 |
||||||||
|
|